Het magazine voor Natuurfotografen


Home > Album >




:
:
:
:
:
:
:
:
:
 
 


Een prachtig soort.
Mooi van belichting en scherpte.

Het blijft een zeer aparte tak van sport om deze planten een naam te geven omdat ze onderling soms slechts op details van elkaar verschillen.
Het is overigens een zeer nette foto onder de gegevenheid van het erg harde licht.

Allemans-ophrys? Hoe kom je daar aan?

Nederlandse namen bij deze soorten waarbij de wetenschappelijke naam al heen en weer vliegt, en die hier niet voorkomt...

Ik zou, als er een Nederlandse naam op moet, kiezen voor spinnenorchis arachnitiformis. Of spinnenorchis sp

Waarom noem je deze niet Ophrys exaltata subsp. marzuola zoals je vorige? En lees ik dat je ook nog orientalis kunt kiezen. Ondertussen lijkt ie erg veel op Ophrys passionis, maar die is overwegend donkerder. En die Ophrys arachnitiformis varieert - qua uiterlijk - ook erg veel richting Ophrys splendida - die later in het jaar voorkomt, maar met overlap. Is er nog viresense - moeilijk - en araneola - die zou moeten gaan. En de sphegodes zelf.

Smile
Ok, ik heb de tijd dus bereid je voor op de lange versie. Laughing
Onder je eigen foto van deze soort schreef Henk Baptist al dat hij als Nederlandse naam Allemans-ophrys had genoteerd. Landwehr noemt 'm zo in z'n tweeluik "Wilde orchideeën van Europa" (1977). Om precies te zijn noemt hij 'm Allemans Ophrys (volgens de Nederpix regels met hoofdletters). Bij allemans denk je waarschijnlijk net als ik aan allemans als van iedereen, zoals in allemansvriend. Maar toen ik het googlede zag dat er ook een Franse gemeente is die Allemans heet. Het ligt in de Dordogne. Dus toen dacht ik dat Landwehr misschien een reden had om 'm daarna te vernoemen, mogelijk omdat de soort daarvandaan ooit is beschreven. Dat klopt niet want de soort komt daar volgens zijn eigen verspreidingskaart niet voor. En toen werd het duidelijk. Hij schrijft bij Opmerkingen:
Quote:
Onder deze naam werden tot nu toe bijna alle vormen die van hybriden afstammen ondergebracht ongeacht of ze sphegodes-, atrata- of fuciflora-kenmerken vertonen. Ophrys arachnitiformis is dientengevolge een verzamelsoort geworden, waarin zowel de sphegodes-vormen als de fuciflora-vormen voorkomen, en in bepaalde gebieden ook nog afwijkende vormen van Ophrys bertolonii, O. garganica en O. panoramita. Mijns inziens is het beter om deze soortnaam te beperken tot die vormen, die tot het sphegodes-achtige type behoren. Een goed voorbeeld hiervan is het provençaalse type, waarvan bijvoorbeeld een populatie te vinden is by Hyères. Eveneens is deze soort in Noordoost-Spanje, onder andere in de Sierra de Cuenca massaal en zeer karakteristiek aangetroffen.
Een aantal vormen, bijvoorbeeld enkele populaties uit het Mte. Gargano-gebied, dienen als vormen van aanverwante soorten te worden opgevat en niet tot arachnitiformis te worden gerekend. Vele daarvan missen namelijk karakteristieke kenmerken van die soort.


Vanwege het verzamelsoort-karakter denk ik dat Landwehr 'm dus Allemans Ophrys heeft genoemd (aangenomen dat hij zelf die naam heeft verzonnen en niet heeft overgenomen van een ander).

In Spanje geeft Landwehr twee kerngebieden aan voor het voorkomen van O. arachnitiformis, Noordoost-Catalonië en Cuenca. Ik was ditmaal in Noordoost-Catalonië. Maar Landwehr is natuurlijk niet de profeet van het orchideeënwereldje. Inzichten kunnen veranderen, juist in het orchideeënwereldje. Ik weet 99% zeker dat er liefhebbers en specialisten zijn die de hier afgebeelde planten Ophrys occidentalis noemen. Zie bijvoorbeeld http://www.elisajeanluc.fr/orchidees_nature/ophrys/ophrys_arachnitiformis.htm. En daar wringt de schoen. Je kunt bijna niet je gelijk bewijzen. Dat wil ik ook niet, ik wil het liefst dat er één autoriteit opstaat (een clubje van specialisten, niet één persoon) die zegt: deze naam is geldig, die niet. Maar dat is een utopie. De mensen die ik tegenkwam aldaar noemden 'm O. arachnitiformis en daar heb ik me dan maar gewoon aan geconformeerd. Als je in onbekend gebied wilt weten waar je lekker kunt eten, vraag je het ook aan de locals en niet aan je buurman thuis. Wink

Dan komen we bij de spelling. Volgens de huidige spelling worden allemansvriend en allemansgek aan elkaar geschreven als één woord. Analoog denk ik dat het dan ook Allemansophrys moet zijn. Dat kan een beetje verwarrend zijn voor de uitspraak, dus mag je hier een koppelteken gebruiken: Allemans-ophrys.

Wat een helder verhaal Michiel!
Wat ik nog kan toevoegen:
Allemans du Dropt is de volledige naam van de plaats en de Dropt is een rivier die erdoor stroomt. Hoe toevallig kan het zijn dat diezelfde Dropt ongeveer 40 km oostelijker ook door mijn woonplaats Villeréal stroomt; hij vindt zijn oorsprong nog eens 30 km oostelijker in Capdrot.

Ja, dingen die weinig tot niets met elkaar te maken (lijken te) hebben, zijn zo toch ineens verbonden. Wink Leuk om over te filosoferen bij een glaasje wijn en een haardvuur.

Mooie vondst Michiel,

Het licht is hard zat, maar je hebt het goed onder controle weten te houden.

Groet, Marcel

Ja, volop zon overdag en niet de luxe om rustig 's avonds even terug te gaan zoals ik het graag doe. Te weinig dagen en te veel willen zien. Bovendien blokkeert dat reflectiescherm dat ik heb te veel licht, ik moet een doorzichtiger scherm kopen/maken.

?
Er is dus sprake van nazaten van hybriden? En onduidelijkheid hoe deze in te delen. En behoorlijke overeenkomsten en overlap van uiterlijk. De soorten zijn dus behoorlijk onduidelijk gedefinieerd?

Quote:
Mijns inziens is het beter om deze soortnaam te beperken tot die vormen, die tot het sphegodes-achtige type behoren.


Ligt het niet veel meer voor de hand om die planten sphegodes te noemen (of sphegodes sp of ssp of var)? En dus spinnenorchis?


Oh, en hard licht: http://natuurfotografie.nl/mooie-fotos-bij-hard-licht-de-paraplu/
prima foto, maar idd een subideale lichtbron.



» Last edited by peter wijn on Tue 21 Mar 2017, 15:55; edited 1 time in total

Wat denk je hier van?
http://www.creativshop.nl/folie/1140-hard-folie-5707167622773.html
aan een of twee stokjes nieten

eigenlijk zou je vooraf willen weten of het doorzichtig of doorschijnend is. Een plu neemt nog best veel licht weg.

Er is zeker soms sprake van nazaten van hybriden. Men noemt dat een hybridezwerm. Soms zijn die ergens als populatie zeer succesvol en breiden zich flink uit. Ze worden opgemerkt en soms als nieuwe soort beschreven. Soms ook pas in een later stadium. En het gebeurt ook dat een tiental jaar later die hele hybridezwerm weer is verdwenen. Uitgestorven of opgegaan (genetisch door hybridisatie) in een ander taxon. Als je in de evolutionaire tijdslijn met je ogen knippert, mis je zo tientallen "soorten". Smile

Op basis van wat ik weet van de Europese orchideeënsoorten en evolutie denk ik dat het beter is om deze planten als een ondersoort van O. sphegodes te zien en die forestieri als een ondersoort van O. fusca. Maar ook dat vergt een indeling, want welke hoofdsoorten wijs je aan? Ok, sphegodes, fusca, tenthredinifera, fuciflora/holosericea, lutea, scolopax, bombiliflora, insectifera en speculum zijn misschien vrij gemakkelijk aan te wijzen. Maar er zijn er nog meer in m.n. Italië en Griekenland. Vroeg of laat loop je weer tegen het dilemma aan: is een taxon nog een sphegodes, of verdient ie zijn eigen hoofdsoort te zijn? Kom je er ooit uit? Delforge splitst heel veel lijkt het. Kreutz denkt meer in subsp.



» Last edited by Michiel Janssen on Tue 21 Mar 2017, 16:33; edited 1 time in total

Boeiende uitleg heren.
Mooie exemplaren heb je hier gefotografeerd. Wat schaduw had niet misstaan.

de hybridenzwerm wordt achterna gezeten door een soortenzwerm...

de vraag zou kunnen zijn: waarom is dit geen 'gewone' sphegodes. Omdat men hem daar arachnitiformis noemt, is vanuit je eigen perspectief heel begrijpelijk. Ik zou het niet anders doen. Je zou dat kunnen beschouwen als een etymologische determinatie. Niet erg wetenschappelijk. Waarbij je in een ander draadje aangaf dat een enkele plant voor een soort niet van belang is, wetenschappelijk gezien, je moet de populatie beschouwen. Interessant, ik ben daarop aan het kauwen.
Waarbij bij deze soortgroep erg lastig is dat een araneola soms niet van een sphegodes, virescens, passionis, provencialis, orientalis, massiliensis arachnitiformis te onderscheiden is, nog zonder dat je de verschillen in nomenclatuur in beschouwing neemt. En je dus populaties van planten van links tot rechts variërend naast elkaar in één veld staan. Heb je dan een hybridenzwerm met karakteristieken van araneola/virescens en passionis te midden van enkele provencialis (Senas)? En elders passionis en arachnitiformis - die dus eigenlijk een soort verzamelbak is?

Ok, de bloemen, vrij grote, iets heldere lip, convex gebogen, met een duidelijke, dunne, lichte gele rand, een pieletje, een heel lichte aanzet tot zijlobben, en een nog net iets lichter basaalveld. De tekening vrij duidelijke H, tot over de helft van de lip, blauwig, niet wit omrand. Niet heel duidelijke dingesogen. Groene sepalen en petalen, beide witachtig, en beide maar vooral de petalen een heel iets meer gesatureerde rand, petalen vrij lang, ongeveer 3/4 van de sepalen en niet al te smal maar zeker niet breed, met een aanzet tot golving. Alleen de bovenste sepaal toont een middenader.
De plant vooralsnog korte brede stengel, een rozet van korte brede bladeren, aren met zeker zes bloemen.
Vroege bloeier, misschien zelfs uiterst vroeg, hoe hoog is dit?

Voldoet niet aan de typische beschrijvingen van: passionis, araneola/virescens, provencialis. Blijft over sphegodes, massiliensis, orientalis (ken ik niet) en arachnitiformis (die alles kan zijn). Mijn conclusie: sphegodes.
Ik ben hier normaliter slecht in, dus voor wat het waard is.



» Last edited by peter wijn on Wed 22 Mar 2017, 11:09; edited 1 time in total

Dit gebied ligt op zeeviveau (+1 m). Ik denk dat het van oudsher een rivierdelta is. In feite een Hollands landschap van smalle lange percelen met sloten daartussen. Tussen Santa Margarida en Empuriabrava.

Het mooiste zou natuurlijk zijn om een heel voorjaar daar door te brengen en de verschillende (onder)soorten één voor één te zien bloeien. Sommige gelijktijdig, andere net overlappend en weer andere duidelijk na elkaar.
O.sphegodes komt zo'n beetje in heel Spanje voor, ook in dit deel van Catalonië. De planten die als zodanig worden aangewezen bloeien later dan die op deze foto. En een kenmerk van sphegodes waar ik doorgaans op afga om deze te onderscheiden van de andere sphegodes-achtigen in Spanje is dat het basaalveld lichter van kleur is dan de lip. Verder heeft sphegodes groene sepalen en petalen. De plant op deze foto heeft ook groene sepalen en petalen, hoewel ik meer neig naar geelgroen, maar stond tussen een paar honderd "soortgenoten" op dit perceel en dan zie je goed hoe variabel ze zijn. Er stonden planten met lichtroze, groene en geelgroene sepalen en petalen.

Voor zover ik heb gelezen (en ik heb verre van alles gelezen) hebben de O. occidentalis danwel O. exaltata subsp. marzuola planten in Frankrijk allemaal groene sepalen en petalen, zoals op de foto's van Tom is te zien. Is het daarom een andere (onder)soort? Ja of nee zeggen is gemakkelijk, maar hoe lever je overtuigend bewijs? Niet met DNA-onderzoek, daarvoor is het Ophrys-geslacht te jong. Blijven over: bloeitijd, uiterlijk en bestuiver, ...

Dus voor mij is dit geen sphegodes, die bloeit later. Hoeveel later? Dat weet ik niet precies want dit was mijn eerste bezoek aan dit gebied dat sterk wordt beïnvloed door de ligging aan de Middellandse Zee (hemelsbreed 1,5 km).

Klimatologisch gezien zijn de Zuid-Europese landen ook veel meer gedifferentieerd dan Nederland denk ik. Je hebt er laagvlaktes en hellingen en hoogvlaktes. Zonovergoten, of met schaduw van Mediterraan bos, een pinusbos of struikgewas. Hellingen op het noorden en op het zuiden (de twee extremen). In de regenschaduw of juist niet. In de volle wind (als die waait), of in de luwte. Wat doet dat allemaal met zo'n nietig plantje? Wanneer voelt die het startsein om te gaan groeien en om te gaan bloeien? En hoe vertaalt zich dat in een deel van een kalendermaand?

En voortdurend vindt er selectie plaats. Het heeft voor een kruisbestuiver geen zin om te gaan bloeien als dit technisch mogelijk is, terwijl er nog geen bestuiver(s) rondvliegen. Nog een afhankelijkheid.

:
 
Page 1 of 1